Eind juni 2007 vertrok ik voor de eerste maal op solo fietsreis. Ondanks het afzien in regen, mist en sneeuw, over Vogezen, Jura en Alpen kreeg ik toch de fietsreis microbe te pakken.
Eind juni 2007 vertrok ik voor de eerste maal op solo fietsreis. Ondanks het afzien in regen, mist en sneeuw, over Vogezen, Jura en Alpen kreeg ik toch de fietsreis microbe te pakken.
Als echte kilometervreter fietste ik mijn eigen Tour de France. Door de regen voortgestuwd reed ik er zo'n 130km per dag. Aan het eind van de maand kwam ik tot rust in Bretagne. Ik fotografeerde er de kustlandschappen die ik me herinnerde uit mijn kindertijd.
Striemende regen, wind, bittere kou en een accident ten spijt fietste ik voor 40 dagen door de sublieme landschappen van Noorwegen en Zweden. Met muziek in de oren zweefde ik door een onbeschrijfelijk landschap dat alles wat ik tot dan toe gezien heb overtrof.
Bij Geiranger Fjord kwam ik plots de gekte van het massatoerisme tegen. Hier een kleine impressie...
Al 20 jaar woon ik in Beerlegem, een klein dorpje aan het begin van de Vlaamse Ardennen. Hier ontdekte ik mijn eigen passie. Plots kreeg ik de gelegenheid om in het kader van een buurtproject van de gemeente Zwalm. Mijn opdracht is de dorpelingen, en hun passies te portretteren.
Vanaf 25 januari reisde ik af richting Kenia voor een dikke 2 maanden. Ik nam stapels foto's rond diverse topics in en rond Tsavo National Park, en Mombassa.
Dol verliefd trok ik eind januari naar Kenia. Helaas kreeg ik daar in de tropen te maken met de winterse stiltes van een Finse ijskoningin. Maar goed..., ontnuchterd, wou ik olifanten fotograferen. Niet zomaar 'prachtige olifanten', neen, ik wou hun vernielende aanwezigheid op de plantages van de boeren fotograferen. Een reportage rond het fragiele evenwicht tussen mens en natuur, zo vroeg ik mij af, zou ik mij dat niet tot doel stellen?
Hoewel ik mijn vooropgesteld plaatje maar niet kon schieten - onvoorspelbare beestjes - werd ik algauw opgeëist door wat anders: weken in de bush samen met lokale mensen levend, mijn stoelgang ten spijt, bezorgde me het inzicht dat ik het anders aanpakken moest, een ander perspectief, andere focussen op dat probleem drongen zich op.
Na een paar dagen netwerken begon ik aardig wat mensen te kennen binnen de Kenyan Wildlife Services (KWS). Onder hen een piloot en enkele officieren, allen erg ter wille. Om toegang te krijgen tot het park (en mee te mogen vliegen) moest ik toestemming vragen aan mister Yussuf Adan (directeur van het Nationaal Park). Sneller dan verwacht sprak ik dus verantwoordelijken aan.
Ik sprak er onder meer over de problematiek van in het park grazende vee. Dom, had ik natuurlijk niet moeten doen. De volgende dag meldde diezelfde mijnheer Yussuf Adan dat ik naar Nairobi zou moeten gaan om daar toestemming te krijgen van een of andere veiligheidsadviseur. In werkelijkheid is dit een handige zet geweest om mij buiten te houden aangezien hij wist dat het mijn laatste week in Kenia was. Het wantrouwen was gewekt.
k besprak dit alles met mijn kennis bij het KWS en deze gaf aan dat de he er Yussuf Adan inderdaad geen heilig boontje is. Volgens hem heeft Yussuf een kartel met nog enkele andere hoge piefen in de administratie van het park. Hun namen kan ik hier niet bekend maken door 'bronbescherming', zo zult u begrijpen...
Bij het straatarme Ministerie van Vee vertelde een werknemer mij dat hij en zijn collega's monddood zijn gemaakt. Ze konden zich niet in het park verplaatsen, zij hadden geen voertuigen. Op die manier kunnen zij hun werk niet naar behoren uitvoeren. Maar vakkundig afgesneden van de mogelijkheid deze ramp nog maar te kunnen overschouwen, verloren zij toch niet hun engagement.
36.jpg)
En zodoende -moedig vind ik dat- bracht hij me naar de plaatsen waar grote kuddes vee uit de Ndara Ranch 's nachts de autostrade en de spoorweg van Nairobi naar Mombasa onderdoor gaan om in het Nationaal Park vernielingen aan te richten. De Ndara Ranch zat stampvol vee, maar het was er groener dan aan de overkant in het Nationaal Park, hoogst bedenkelijk dus. U zult begrijpen dat een eco-systeen binnen het Nationale Park op die manier naar de knoppen wordt geholpen. Op de terugweg brak de bougie van de mijnheer van het ministerie zijn persoonlijke brommer. Na uren liften werden we eindelijk opgepikt naar beter oorden waar wij onze dorst konden lessen.
De eigenaar van de Ndara Ranch blijkt na wat research ene Eliud Timothy Mwamungu te zijn. Deze man zetelde lange tijd in het parlement en heeft ook nog wat ministerposten bekleed. Door de locals wordt hij beschuldigd van het zich handig en onrechtmatig toeëigenen van community-ranches. Een verhaal waar niemand het fijne van weet. "But the Somali are good herdsmen" Wist deze man eens te zeggen toen het ging over de problemen van vee in het park.
Langzaam begon ik een volledig beeld te krijgen van de situatie. Yussuf Adan en 2 andere officieren van Somalische afkomst hebben een kartel met omliggende herders en/of ranch-eigenaars om een oogje dicht te knijpen bij de honderdduizenden stuks vee die dagelijks de grenzen van het park oversteken. Een daad van corruptie met hallucinante gevolgen: voedselgebrek voor zeldzame diersoorten als olifanten of neushorens. In het afgelopen jaar stierven er meer olifanten aan de droogte dan aan eender welke andere oorzaak. Olifanten gaan op zoek naar water en voedsel buiten de beschermde gebieden, en komen daardoor steeds meer in aanvaring met lokale boeren. Arme boeren die geen baat hebben bij de exuberant grote getallen vee die grazen binnen het park.
Over één iets is iedereen het eens: Somali zijn steengoede herders!!!
Ondertussen leerde ik nog twee afzonderlijke informanten kennen die me hetzelfde verhaal bevestigden. Nu heb ik het gevoel dat het hier over een invasie van het park gaat, op alle fronten tegelijkertijd komt er vee binnen. Ik vrees dat ik maar het topje gezien heb van wat er daar gebeurd. Mensen spreken steeds opnieuw in termen van honderdduizenden stuks vee, een regelrechte ramp. En wat met de ivoorstropers, als ze een oogje dichtknijpen voor de herders? Er zijn steeds meer gevallen… Waar stopt dit?
Met mijn gegevens trok ik naar een plaatse lijke onderzoeksjournalist, in de hoop verandering op gang te brengen, niet eenvoudig, maar ik kreeg reeds positieve berichten uit Kenia.